Projectinformatie

Morfologische beoordeling van de Twentse stromende waterparels met behulp van Gewässerstrukturgütekartierung:

Dit is een al wat ouder project, maar gezien het feit dat morfologisch onderzoek aan stromende wateren in Nederland nog steeds weinig in zwang is, toch enige informatie:

Aanleiding:

De Twentse stromende waterparels hebben in 1999 een hoge ecologische doelstelling gekregen. In een planperiode tot 2018 wil het Waterschap de beken herstellen om aan die status te kunnen voldoen. Bepaling van de morfologische kwaliteit in de winter van 2001-2002 geldt als de vaststelling van de nulsituatie. In de loop van de planperiode zullen mogelijk, projectsgewijs mogelijk nieuwe metingen worden gedaan, om verbetering van de kwaliteit te verifiëren.

Tot de Twentse stromende waterparels behoren (grofweg van noord naar zuid): Mosbeek, Elsenbeek, Brunnikhuizerbeek (D 30-0-0-1), Springendalsebeek, Poelbeek, Vlaschbeek, Molenbeek, Hakenbergbeek, Lage Kavikbeek, Luttermolenbeek, Snoeijinksbeek, Bethlehemsebeek, Deurningerbeek, Jufferbeek, Rüenbergerbeek, Losserse Elsbeek en het complex Kloosterhuizenbeek-Oldenzaalse Veenbeek.

De gebruikte methode om de morfologische kwaliteit te beoordelen is het Duitse Gewässerstrukturgütekartierung. Bij de toepassing worden in totaal 37 aspecten van het beekprofiel, de oevers en de omgeving van de beek beoordeeld. Hiervoor wordt een indeling in 7 kwaliteitsklassen gehanteerd. De klassen, met een omschrijving en bijbehordende kleurcode zijn vermeld in ondertaande tabel.

Klasse

Mate van beïnvloeding

Kleurcode

1

nauwelijks beïnvloed

DONKERBLAUW

2

weinig beïnvloed

LICHTBLAUW

3

matig beïnvloed

DONKERGROEN

4

duidelijk beïnvloed

LICHTGROEN

5

zichtbaar verstoord

GEEL

6

sterk verstoord

ORANJE

7

zeer sterk verstoord

ROOD

De eigenlijke beoordeling vindt plaats in het veld per traject van 100 meter. Resultaten worden ingebracht in het programma BEACH GSG, dat werkt op een portable computer (b.v. een Palmtop) en op een gewone PC. Naast de factoren die voor het programma moeten worden gedocumenteerd werden een aantal andere factoren beschreven. Dit betreft:

  • percentage lengte beschaduwing (links-rechts)
  • aanwezigheid van percelen met drainage (links-rechts)
  • aanwezigheid van huishoudelijke of bedrijfsmatige lozingen van afvalwater
  • aanwezigheid van delen van oude beeklopen of beekbegeleidende poelen (links-rechts)

Resultaten:

Van alle Twentse stromende waterparels blijkt de Jufferbeek, morfologisch gezien, het meest natuurlijk. De benedenstroom van dezelfde beek, de Deurningerbeek, is het minst natuurlijk te noemen. Vrijwel alle waterparels vertonen trajectsgewijs meer natuurlijke en minder natuurlijke delen. Opvallend hierbij is dat de meest natuurlijke trajecten dikwijls verder bovenstrooms te vinden zijn, waar de beken minder intensief (of niet door het Waterschap) worden onderhouden. Dat wordt ook geïllustreerd in onderstaande kaart. Dit pleit ervoor dat onderhoudsregimes uitgevoerd door het Waterschap waar mogelijk worden geëxtensiveerd. Ook heb bestaan van migratiebarrières (stuwen) in de beek werkt dikwijls negatief voor de morfologische kwaliteit. Maatregelen waarbij die barrières worden opgeheven (b.v. verondieping in combinatie met verwijderen van de stuw of vervanging door cascades of reeksen lage bodemdrempels) zouden de kwaliteit ten goede komen.  

Op de kaart zijn bij de beken 5 'stroken' te zien. De middelste daarvan representeert de kwaliteit van de beddingstructuur. De stroken die hiernaast liggen vertegenwoordigen de kwaliteit van de beide oevers. De buitenste stroken geven de kwaliteit van de beekomgeving weer.

Ook de aanplant van houtwallen kan de beekstructuur belangrijk ten goede komen. Dit geldt ook voor de oeverstructuur en de structuur van de omgeving. Er blijkt dat in trajecten waar reeds beplanting is toegepast dat de kwaliteit daar in het algemeen hoger wordt beoordeeld dan in vergelijkbare onbeplante trajecten in dezelfde beken.

Een belangrijke constatering voortvloeiend uit de monitoring is dat onvoldoende ruimt om de beek zichzelf te kunne laten ontwikkelen, dikwijls een reden genoemd moet worden dat de morfologische kwaliteit op een bepaald niveau blijft steken, en soms, omdat er maatregelen worden genomen om de vrije ontwikkeling juist tegen te werken (b.v. puin-steenstort, betuining) zelfs slechter wordt. Dit is een belangrijke aanbeveling voor het aankopen van stroken grond langs de beken, waarbinnen de waterlopen 'vrij spel' hebben. Combinatie met de realisatie van houtwallen is hierbij aan te raden. 

EcoQuest Ecologisch onderzoek en advies

De Merret 7  5845 DA  St. Anthonis

Telefoon/Fax: 0485 - 38 36 29  Mobiel: 06 - 1338 5370

E-mail: ecoquest@ecopartners.nl of ecoquest@cybercomm.nl